Advocatuur

Deurgedraaid Image credit: bagotaj / 123RF Stockfoto
    Bob Heeren | advocaat
Door Op 13 januari 2014 In Advocatuur 0 Comment

Deurgedraaid

Ruim twintig jaar gelden had je de zogenaamde draaideurconstructie. Werkgevers lieten werknemers arbeid verrichten via contracten voor bepaalde tijd die automatisch afliepen. Daarna gingen die werknemers bij uitzendbureaus werken die ze weer bij de werkgever terugplaatsten.


In de Campina uitspraken maakte de Hoge Raad uit dat de werkgever in zo'n geval toch moest opzeggen. Dat betekent dat een werkgever in de regel niet zonder financiële kleerscheuren van de werknemer afkomt.

Daarna veranderde de wet en kregen we artikel 7:668a Burgerlijk Wetboek. In dat artikel staat dat als je meerdere tijdelijke contracten sluit binnen drie maanden nadat het vorige contract is afgelopen het vierde contract voor bepaalde tijd betekent dat de werkgever moet opzeggen. Dat laatste geldt ook als er meer dan één tijdelijk contract is gesloten en de totale duur van de overeenkomst (de tussenpoos inbegrepen) langer is dan drie jaar. In bepaalde cao's wordt deze regel uitgebreid of beperkt.


Het voorgaande geldt ook als een nieuw tijdelijk contract wordt gesloten met een andere werkgever, die met betrekking tot de verrichte arbeid redelijkerwijs geacht moeten worden de opvolger van de oude werkgever te zijn. Dus: een hovenier van bedrijf A die drie keer een half jaar bij werkgever B werkt en die vervolgens voor uitzendbureau C bij werkgever B als hovenier gaat werken is in vaste dienst van het uitzendbureau. Want het uitzendbureau is met betrekking tot de arbeid van hovenier redelijkerwijs de opvolger van bedrijf A.

De wetgever leerde dus van de Campina uitspraken van de Hoge Raad.

In 2006 werd het  iets lastiger. Een bedrijf X ging failliet. De curator zegde de arbeidsovereenkomsten met de werknemers op. Een aantal van hen ging binnen drie maanden werken bij bedrijf Y, dat de activiteiten van bedrijf X voortzette. Bedrijf Y gaf die werknemers een tijdelijk contract. Als je de duur van dat contract optelde bij de periode dat de werknemers voor bedrijf X actief waren geweest, kwam dat op meer dan drie jaar.

De Hoge Raad vond dat ook in die situatie artikel 7:668a Burgerlijk Wetboek van toepassing was en die tijdelijke contracten niet zomaar konden eindigen en dat de werkgever moest opzeggen. Want: bedrijf Y was met betrekking tot de verrichte arbeid redelijkerwijs de opvolger van bedrijf X. Dat was opmerkelijk, omdat immers de vorige arbeidsovereenkomst rechtsgeldig was opgezegd. 

De grote vraag daarna was: wanneer is een bedrijf een "opvolgend werkgever" ten aanzien van de verrichte arbeid. Want zo'n bedrijf zou zomaar aan vaste contracten kunnen zijn gebonden terwijl het dacht tijdelijke overeenkomsten te sluiten.

De Hoge Raad kwam met een toverformule in 2012.

Als een tijdelijk contract voor hetzelfde werk wordt aangegaan waarvoor dezelfde vaardigheden en verantwoordelijkheden gelden en als er tussen de nieuwe werkgever en de oude zodanige banden bestaan dat de nieuwe werkgever de werknemer net zoals de oude werkgever kent dan is sprake van een "opvolgend werkgever" en zou het dus zomaar kunnen dat een tijdelijk contract niet automatisch eindigt.

In het voorbeeld van hiervoor van bedrijf X en bedrijf Y: als bedrijf Y de concurrent van bedrijf X is dan is Y geen opvolgend werkgever. Als bedrijf Y wordt opgezet door oud werknemers van bedrijf X dan mogelijk wel.

Da's een draaideur waarvan je behoorlijk kunt doordraaien.

 

Hits: 1422 keer Laatst aangepast op donderdag, 13 maart 2014 13:01

Laat een reactie achter

Zorg ervoor dat u de verplichte (*) velden invult waar dit is aangegeven. HTML code is niet toegestaan.

Contact

BOBHEEREN.NL
Warande 21
2404 HR Alphen aan den Rijn
06 51 557 717
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
www.bobheeren.nl

Podiumnieuws

U bevindt zich hier: Home Advocatuur Advocatuur Deurgedraaid